Kempisch Heideschaap

Net als bij de andere heiderassen was het midden jaren zestig eigenlijk over en uit met dit ras. Zoals ze bij runderen over dubbeldoel koeien spreken zou je het Kempische ras kunnen omschrijven als een dubbeldoel schaap. Niet alleen voor de mest op de arme zandgronden van de Kempen was dit schaap een onmisbare schakel, maar ook de vleeskwaliteit werd in vroeger tijden alom gewaardeerd. De nadruk lag evenwel op het eerste, maar met het vetweiden in het Maasdal kon een goede lammerenopbrengst worden gerealiseerd voor markten tot in Londen en Parijs. De vleeskwaliteit heeft gelukkig weer erkenning gekregen van de Slow food organisatie. Het ras is met ingang van 2007 opgenomen in de Ark van de Smaak.
Als je het schaap ziet, dan valt het op. Een zelfbewuste uitstraling zou je haast denken. Het is minder fors dan de Veluwse heideschapen. Heeft een ranke, witte tot voskleurige, soms een beetje vlekkerige kop. De ooien werpen 1 tot 2 lammeren. De buik heeft geen wol, de staart is bewold en reikt tot iets over de hak. De volwassen ooien wegen zo’n 50 tot 60 kilo.
De oprichting van de stichting het Kempisch heideschaap in 1967 heeft het ras gered en met de eerste grote kudde op de Strabrechtse heide is de weg naar boven ingeslagen. De inspanningen van de mensen van het eerste uur zijn beloond. We zien op dit moment een gezonde ontwikkeling mede dankzij het opgerichte stamboek in 1997. Er zijn nu talrijke begrazingsprojecten met dit daarvoor zeer geschikte ras.

http://www.kempischheideschaap.nl/